Het Landshuis is een gebouw aan het Grote Kerkhof in Deventer dat vanaf 1632 tot de Franse Tijd in gebruik was als een van de vergaderlocaties van de Gedeputeerde Staten van Overijssel. De voorgevel in maniëristische stijl bevindt zich tussen de gevels van het nieuwe stadskantoor van Deventer en het oude Stadhuis van Deventer. Tegenwoordig maakt het samen met deze twee gebouwen onderdeel uit van het stadhuiscomplex. Het Landshuis werd in 1968 ingeschreven in het rijksmonumentenregister.
In oude bronnen wordt ook de naam De Bru(i)nenberg (of Den Bruynenborch) gebruikt, naar de voormalige herberg op dezelfde plek. Met land in de naam Landshuis werd het gewest bedoeld; het pand diende voor de Gedeputeerden deser Landtschap. De gedeputeerden van Overijssel vergaderden op de landdagen afwisselend in de drie grote steden van Overijssel: Deventer, Zwolle en Kampen. In Zwolle vergaderden de gedeputeerde staten in het oude begijnhof aan de Praubstraat en in het raadhuis, en in Kampen in een gebouw aan de Nieuwe Markt dat door het gebruik de naam Collegie kreeg.